DE POLITIEKE CODE De Politieke Code

Hoe dit tot stand kwam

Een code die van politici vraagt te laten zien waarop hun beweringen berusten, kan moeilijk verzwijgen hoe zij zelf is gemaakt. Dit is de werkwijze, inclusief wat er misging.

Het begin

Het idee komt uit de reclamewereld. Wie zich stoort aan een reclame kan een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie. Die toetst aan regels die vooraf zijn vastgelegd, hoort beide partijen, en doet een openbare uitspraak. Voor politieke communicatie bestaat zoiets niet, terwijl je je stem er wel op baseert.

De vraag was of dat model naar de politiek te vertalen valt. Niet door het te kopiëren — achter de reclamecode liggen wettelijke mechanismen die bij politieke uitingen ontbreken — maar door te kijken wat er wél overdraagbaar is: vooraf vastgelegde regels, onafhankelijke toetsing, wederhoor, en een uitspraak die openbaar is.

De code is drie keer herschreven

De eerste versie bevatte regels die niet toetsbaar waren. Dat bleek pas toen wij ze op echte uitspraken probeerden toe te passen.

De intentietoets ging eruit

In versie 1 stond dat een tegenstander niet bewust in een kwaad daglicht mocht worden gesteld, en dat kwetsen niet mocht wanneer het kwetsen zelf het doel leek te zijn. Beide vragen een commissie vast te stellen wat iemand bedoelde, en dat is vrijwel nooit te bewijzen. Ze zijn vervangen door toetsen die over de uiting gaan: is het standpunt juist weergegeven, en heeft het kwetsende element een aanwijsbare functie voor het politieke punt.

Er kwam een regel bij over toezeggingen

De code toetste aanvankelijk alleen feiten. Maar een groot deel van wat politici in een campagne zeggen zijn beloften, en daar zat geen regel op. Regel 1 vraagt niet of een belofte wordt waargemaakt — dat hangt van coalities af — maar of er een uitgewerkt voorstel onder ligt.

Het woord leugen komt er niet in voor

De code kan vaststellen dat een mededeling niet klopt. Zij kan niet vaststellen dat iemand bewust onwaarheid sprak, en probeert dat ook niet.

Hoe de voorbeelden zijn gekozen

Voordat er één uitspraak werd geselecteerd, is een selectieprotocol opgesteld en vastgelegd: welke uitingen in aanmerking komen, welke bronnen vereist zijn, en wanneer een kandidaat afvalt. Dat protocol staat vooraf vast, zodat achteraf te controleren is of wij ons eraan hebben gehouden.

De kern ervan is één regel: eerst de oorspronkelijke uiting, dan pas de analyse. Niet de samenvatting van een journalist, niet onze eigen aantekening, maar de opname, het transcript, het programma of het gepubliceerde document.

Dat klinkt vanzelfsprekend. Het bleek het lastigste onderdeel van het hele onderzoek.

Vier keer moest een conclusie worden ingetrokken

Bij elk van deze vier lag er al een analyse. Ze waren logisch opgebouwd en gebruikten relevante bronnen. Geen van de fouten was zichtbaar in de analyse zelf — ze kwamen pas boven water door terug te gaan naar de opname of de volledige bron.

  1. Een factcheck voegde twee passages samen

    Een uitspraak van Jimmy Dijk was geselecteerd op basis van een factcheck. Uit het volledige debattranscript bleek dat de geciteerde zin niet bestond: twee passages van zes minuten uit elkaar waren tot één uitspraak samengevoegd. De ene was een beleidsvoorstel, de andere een verwijt aan de andere lijsttrekkers.

  2. Onze eigen aantekening deed hetzelfde

    In een werkaantekening waren twee passages uit een congresrede, over twee verschillende bewindspersonen, samengevoegd tot één citaat. Dat citaat bestond niet. Er lag toen al een volledige analyse met conclusie.

  3. Twee uitspraken schoven in elkaar

    Bij een historische casus waren een televisie-uitspraak en een latere uitspraak in de Tweede Kamer door elkaar geraakt. Er is geen moment aan te wijzen waarop dat is gebeurd; het ontstond in de overdracht tussen versies.

  4. Een figuur werd gelezen zonder de tekst eromheen

    Bij een CPB-doorrekening leek een grafiek een uitspraak te ondersteunen. Twee alinea's onder die grafiek stond, in gewone bewoordingen, de begrenzing die de interpretatie tegensprak. Die was niet verstopt en niet technisch. Zij is simpelweg niet gelezen, omdat de grafiek al antwoord leek te geven.

Die vierde is de lastigste. De eerste drie gaan over een uiting die onderweg verandert. Tegen dat probleem helpt het om bij de bron te beginnen. De vierde gaat over selectief lezen binnen de juiste bron, en daar helpt dat niet tegen.

De rol van AI

Bij dit onderzoek is intensief gebruikgemaakt van AI: voor het doorzoeken van debattranscripties, het naast elkaar leggen van bronnen, het formuleren en herformuleren van regels, en het bouwen van deze website.

Dat heeft het werk aanzienlijk versneld. Het heeft het niet zuiverder gemaakt.

De vier ingetrokken conclusies hierboven zijn daarvan het bewijs. Een AI-systeem stelt een analyse op die intern klopt, ook wanneer het uitgangspunt niet klopt — en juist omdat de redenering deugt, valt de fout niet op. Elke keer kwam de vergissing pas aan het licht doordat een mens terugging naar de opname of de volledige bron.

Dat is ook de reden waarom de voorgestelde commissie uit mensen bestaat. AI kan zoeken, ordenen, vergelijken en bronnen aandragen. Het oordeel over een politieke uiting hoort daar niet bij.

Over het beeldmerk

Het beeldmerk van de Politieke Code ontstond in een iteratief ontwerpproces waarin generatieve AI als schets- en variatie-instrument is gebruikt. Vanuit meerdere abstracte richtingen is steeds geselecteerd, bekritiseerd en verfijnd.

Het gekozen teken verbeeldt het politieke speelveld dat door één heldere, voor iedereen gelijke norm wordt doorsneden. In de vorm ontstaat tegelijk subtiel de C van Code.

AI heeft daarbij niet zelfstandig het logo bedacht. De briefing, de keuzes, de betekenis en de uiteindelijke richting zijn door menselijke beoordeling bepaald; AI hielp om ideeën snel zichtbaar te maken en varianten te onderzoeken.

Wie hierachter zit

Dit initiatief is opgezet door Jeroen van Oostveen. Ondernemer, geen politicus en geen jurist. Wat hij wel doet is complexe dingen simpel maken.

Het idee ontstond uit twee dingen. Hij volgt de politiek al jaren met interesse, en maakt zich zorgen over de toon en de omgang met feiten. En hij diende ooit zelf een klacht in bij de Reclame Code Commissie — waarna de vraag bleef hangen waarom zoiets wél bestaat voor een reclamespot, en niet voor de boodschap waarop je je stem baseert.

Daar kwam nog iets bij. Hij werkt dagelijks met AI en wilde weten hoe ver je daarmee komt bij een vraagstuk als dit. Wat dat opleverde staat hierboven: het maakte het werk sneller, en het liet ook zien waar de grens ligt.

Het initiatief is niet verbonden aan een politieke partij en wordt niet gefinancierd door partijen, bedrijven of belangenorganisaties.

Dat is tegelijk de zwakte van dit project in zijn huidige vorm. Wij selecteren zelf welke uitspraken worden onderzocht, en dat is precies wat de voorgestelde commissie niet zou doen — daar bepaalt de burger die een klacht indient wat er wordt getoetst. Zolang die commissie niet bestaat, is dat onderscheid belangrijk genoeg om te benoemen.

Wat wij wel kunnen doen is transparant zijn over de methode, het selectieprotocol vooraf publiceren, alle bronnen tonen, en fouten zichtbaar corrigeren. Dat is wat wij van politici vragen, en het zou raar zijn het zelf niet te doen.