DE POLITIEKE CODE De Politieke Code

Dertien regels voor eerlijke en fatsoenlijke politieke communicatie

Ze gaan over wat je zegt en over hoe je het zegt. Een politicus mag alles vinden. Hij mag het alleen niet mooier voorstellen dan het is, en het niet op de persoon spelen als dat niets toevoegt aan zijn punt.

De dertien regels vallen uiteen in zes principes. Klik op een nummer om naar die regel te gaan.

Wat je belooft, is ergens op gebaseerd

1

Wat je als feit presenteert, klopt

2 3

Je wekt geen verkeerd beeld

4 5 6 7

Je geeft een ander eerlijk weer

8 9

Wees hard op de inhoud, niet op de persoon

10 11

Je bent aanspreekbaar

12 13

Principe 1

Wat je belooft, is ergens op gebaseerd

Regel 1

Onderbouwing van toezeggingen

Wat je belooft, is ergens op gebaseerd

Wie de kiezer een concreet resultaat toezegt, moet desgevraagd kunnen laten zien dat aan die toezegging een uitgewerkt voorstel ten grondslag ligt.

Ligt de bevoegdheid om dat resultaat tot stand te brengen niet bij het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, dan wordt dat kenbaar gemaakt.

Wat als toezegging geldt

Niet elke campagne-uiting is een toezegging. Drie soorten uitingen worden onderscheiden, en alleen de derde valt onder deze regel.

Een richting. "Wij staan voor veiligheid." "Wonen moet betaalbaar worden." Hieruit valt geen concreet resultaat af te leiden. Valt buiten de regel.

Een inzet. "Wij willen het eigen risico afschaffen en zetten daarop in." Valt buiten de regel.

Een toezegging. "Wij schaffen het eigen risico af." Hier wordt een concreet, aanwijsbaar resultaat in het vooruitzicht gesteld. Valt onder de regel.

Bepalend is hoe een redelijk geïnformeerde kiezer de uiting op het moment zelf redelijkerwijs opvat, niet de duiding die de spreker er achteraf aan geeft.

Principe 2

Wat je als feit presenteert, klopt

Regel 2

Feitelijke juistheid

Wat je als feit presenteert, klopt

Politici en politieke partijen presenteren geen aantoonbaar onjuiste feitelijke informatie als feit.

Een controleerbare feitelijke claim moet op het moment van uitspreken of publiceren redelijkerwijs kunnen worden onderbouwd. Die onderbouwing hoeft niet bij iedere uiting te worden meegeleverd. Wanneer de juistheid gemotiveerd wordt betwist, moet zij beschikbaar kunnen worden gesteld aan de commissie.

Regel 3

Onderbouwing van claims

Wat je als feit presenteert, klopt

Wie een concrete feitelijke claim openbaar maakt, draagt de verantwoordelijkheid voor de onderbouwing daarvan.

Bij een voldoende gemotiveerde klacht kan de commissie verzoeken de feitelijke grondslag te overleggen. Dat kunnen bijvoorbeeld officiële statistieken, wetenschappelijk onderzoek, overheidsrapporten, openbare datasets, controleerbare berekeningen of andere betrouwbare bronnen zijn.

De commissie beoordeelt vervolgens of die onderbouwing de claim redelijkerwijs kan dragen, met inachtneming van het beginsel van redelijke onderbouwing en de bronnorm uit hoofdstuk 12.

Principe 3

Je wekt geen verkeerd beeld

Regel 4

Misleiding

Je wekt geen verkeerd beeld

Politieke communicatie mag niet misleidend zijn.

Misleiding kan onder meer ontstaan door onjuiste informatie of cijfers, onjuiste vergelijkingen, selectief gebruik van gegevens, het weglaten van essentiële informatie, het combineren van onvergelijkbare gegevens, het suggereren van een causaal verband waarvoor onvoldoende bewijs bestaat, een grafische voorstelling die een verkeerde indruk wekt, het presenteren van een uitzondering als representatief, of het presenteren van een schatting of onbewezen bewering als zekerheid.

Bij de beoordeling is niet alleen relevant of afzonderlijke woorden letterlijk juist zijn, maar ook de totale indruk die de uiting bij een redelijk geïnformeerde burger kan achterlaten.

Regel 5

Cijfers, grafieken en visualisaties

Je wekt geen verkeerd beeld

Cijfers, grafieken, kaarten, tabellen en andere visualisaties mogen niet zo worden vormgegeven dat zij een wezenlijk andere indruk wekken dan de onderliggende gegevens rechtvaardigen.

Gelet wordt onder meer op schaalverdeling, geselecteerde perioden, gekozen vergelijkingsgroepen, percentages tegenover absolute aantallen, ontbrekende categorieën en relevante context.

Een cijfer kan op zichzelf correct zijn en toch misleidend worden gebruikt.

Regel 6

Essentiële context

Je wekt geen verkeerd beeld

Politieke communicatie mag geen essentiële informatie weglaten wanneer het ontbreken daarvan de betekenis van een feitelijke claim wezenlijk verandert.

Politici hoeven niet bij iedere uitspraak alle nuances te benoemen. De grens ligt waar het selectief weglaten van relevante informatie een wezenlijk onjuist beeld creëert.

Regel 7

Vergelijkingen

Je wekt geen verkeerd beeld

Vergelijkingen met andere partijen, politici, landen, perioden of beleidsalternatieven moeten eerlijk en voldoende vergelijkbaar zijn.

Wanneer verschillende definities, perioden of meetmethoden worden gebruikt, mag niet de indruk worden gewekt dat sprake is van een zuivere vergelijking.

Principe 4

Je geeft een ander eerlijk weer

Regel 8

Onjuiste weergave van een politieke tegenstander

Je geeft een ander eerlijk weer

Een politicus of partij geeft de standpunten, uitspraken of voorstellen van een politieke tegenstander niet wezenlijk onjuist weer.

Daaronder vallen onder meer misleidende of uit hun verband gerukte citaten, gemanipuleerd beeld- of geluidsmateriaal, en het toeschrijven van standpunten die de betrokkene niet heeft ingenomen.

Dat geldt ook voor beeld- en geluidsfragmenten. Een fragment uit een debat, interview of uitzending dat zo kort is geknipt dat het iets anders zegt dan in de volledige passage, valt onder deze regel — ook wanneer het fragment zelf echt is. Juist omdat de kijker de oorspronkelijke stem en beelden ziet, weegt de weggelaten context zwaar.

Kritiek op iemands beleid, handelen, integriteit of politieke keuzes blijft onverkort mogelijk wanneer daarvoor een inhoudelijke of feitelijke basis bestaat.

Regel 9

Geen ongefundeerde beschuldigingen

Je geeft een ander eerlijk weer

Ernstige beschuldigingen aan het adres van personen, organisaties, bevolkingsgroepen of instituties moeten een voldoende feitelijke grondslag hebben.

Hoe ernstiger de beschuldiging, hoe zwaarder de vereiste onderbouwing. Naarmate de mogelijke maatschappelijke gevolgen groter zijn, neemt de vereiste zorgvuldigheid toe.

Deze regel beperkt geen controversiële standpunten. Zij ziet uitsluitend op de feitelijke grondslag van beschuldigingen.

Principe 5

Wees hard op de inhoud, niet op de persoon

Regel 10

Persoonsgerichte politieke communicatie

Wees hard op de inhoud, niet op de persoon

Politieke kritiek mag scherp, confronterend en persoonlijk zijn wanneer zij een relevante relatie heeft met iemands politieke handelen, beleid, verantwoordelijkheid of publieke functie.

Uitingen die uitsluitend of overwegend bestaan uit persoonlijke vernedering, ontmenselijking of demonisering zonder relevante politieke inhoud, kunnen in strijd zijn met de Code.

Politieke communicatie kwetst niet nodeloos. Kwetsende bewoordingen zijn toegestaan wanneer zij een redelijk aanwijsbare functie hebben voor het politieke punt dat wordt gemaakt. Ontbreekt die functie, dan is het kwetsen nodeloos.

Bij twijfel prevaleert de vrijheid van het politieke debat.

Regel 11

Discriminatie, demonisering en haat

Wees hard op de inhoud, niet op de persoon

Politieke communicatie mag geen bevolkingsgroepen ontmenselijken, demoniseren of op grond van beschermde persoonskenmerken als inherent minderwaardig presenteren.

Bij deze beoordeling wegen de bestaande grondrechten en wettelijke grenzen rond discriminatie en haatzaaien zwaar mee. De Code vervangt geen strafrechtelijke procedure. Wanneer mogelijk sprake is van een strafbaar feit, bestaat daarvoor een andere route.

Principe 6

Je bent aanspreekbaar

Regel 12

Correctie van fouten

Je bent aanspreekbaar

Politici kunnen fouten maken. Dat is geen schande en niet volledig te voorkomen.

Van politici en partijen mag worden verwacht dat aantoonbare feitelijke fouten na constatering tijdig en duidelijk worden gecorrigeerd, langs het kanaal waar de fout is gemaakt.

Werd de uitspraak gedaan via een kanaal waarover de betrokkene niet zelf beschikt — een uitzending, een debat, een interview — dan is correctie langs dat kanaal niet altijd mogelijk. In dat geval wordt verwacht dat de betrokkene de redactie informeert en de correctie langs zijn eigen kanalen kenbaar maakt, met een bereik dat in verhouding staat tot de oorspronkelijke uiting.

Een snelle vrijwillige correctie weegt bij de beoordeling van een klacht in het voordeel van de betrokkene.

Regel 13

Verantwoordelijkheid voor eigen communicatie

Je bent aanspreekbaar

Een politicus of partij blijft verantwoordelijk voor communicatie die via eigen officiële kanalen wordt verspreid.

Het uitbesteden van communicatie aan campagnebureaus, medewerkers, socialmediateams of andere derden neemt die verantwoordelijkheid niet weg.

Waar de Code stopt

De Code geeft geen oordeel over politieke opvattingen. Wel over de manier waarop politici feitelijke claims doen, toezeggingen presenteren en anderen bejegenen.

Een feitelijk onjuiste uitspraak is niet automatisch een leugen. De Code kan vaststellen dat een mededeling niet klopt, zonder te beweren dat iemand bewust onwaarheid sprak.

Binnen vergaderingen van de Staten-Generaal gelden alleen de regels over feiten, onderbouwing en misleiding. De omgangsvormen in de vergaderzaal zijn aan de Voorzitter.

Geen verbod, geen boete. Het enige instrument is openbaarheid.

Het volledige voorstel

Hierboven staan de regels zelf. Het volledige voorstel behandelt daarnaast de procedure, de samenstelling van de commissie, de waarborgen voor onafhankelijkheid, de verhouding tot de vrijheid van meningsuiting en artikel 71 van de Grondwet, en de open vraagstukken die wij zelf nog niet hebben opgelost.